Voor mij ligt een 220 pagina’s tellend rood boek, met in grote witte letters: Maastricht, het verdrag/the treaty. Het is een jubileumboek, geschreven door Joost P. van den Akker, in opdracht van de gemeente Maastricht. In een oplage van 4000 exemplaren verschenen als relatiegeschenk, in het kader van de viering van 15 jaar Verdrag van Maastricht.
Dat werd op 7 februari 1992 door regeringsleiders als Helmut Kohl, John Major en Ruud Lubbers gesloten in het provinciehuis. Een historisch moment. Vele jaren later goed voor een enorme – en nogal overdreven - publiciteitscampagne, onder aanvoering van burgemeester Gerd Leers en zijn ‘programmamanager Maastricht-Europe’, Ton Wanders.
Leers vloog zelfs naar Rome om bij het ministerie van Buitenlandse Zaken het originele verdrag persoonlijk op te halen. Voor eventjes maar: het wordt tot en met eind deze week tentoongesteld in de Hoofdwacht op het Vrijthof. Wanders is de trotse ‘opdrachtverlener’ voor het boek, dat aan de vele genodigden werd uitgereikt tijdens de festiviteiten op 7 februari 2007 in het stadhuis en het gouvernement.
In het voorwoord schrijft burgemeester Leers: “Maastricht is een Europese stad. Dat heeft niet alleen te maken met de multinationale historie en de ligging. De stad ligt immers ingeklemd tussen België en Duitsland en op korte afstand van Frankrijk en Luxemburg. Het heeft vooral ook te maken met het huidige internationale profiel van Maastricht. De Limburgse hoofdstad is tegenwoordig de zetel voor meer dan honderd internationaal opererende bedrijven en instituten, waarvan er diverse nauw gelieerd zijn aan de Europese Unie en de Verenigde Naties. Bovendien zullen we ons als Euregionale centrumstad in de toekomst nog meer op Europa gaan richten”.
Allemaal prachtig. Maar het draait om die laatste zin. De vraag is: hoe dan? Daar lees ik in het jubileumboek niets over. Ik vraag me af hoeveel Maastrichtenaren op de vraag ‘voelt u zich Europeaan?’ ja zullen zeggen. Ik ben bang dat het er niet veel zijn. Daar is Maastricht een te ‘gesloten’ en naar ‘binnen gerichte’ stad voor. Hoe maak je zo’n stad warm voor de ver van mijn bed-show die Europa heet?
Maastricht celebrates Europe, zoals het programma is gedoopt en dit jaar nog een aantal ‘hoogtepunten’ kent, is toch vooral een feestje bedacht door overijverige ambtenaren die vooral roepen dat Europa zo geweldig is en in Maastricht is geboren. Of, zoals Leers het zegt: “Het wereldberoemde verdrag heeft de stad dan ook een klinkende naam bezorgd”. Dat zal best. Maar is het onder zware bewaking laten zien van zo’n verdrag in de Hoofdwacht genoeg om de gemiddelde Maastrichtenaar een open houding aan te laten nemen ten opzicht van Europa?
Je in de toekomst nog meer richten op Europa. Hoe doe je dat? Interessante vraag. Moeizaam antwoord. In het citymarketingprogramma is ‘Europese stad’ een van de pijlers. In een notitie voor citymarketing staat: “Maastricht is een heel Nederlandse stad met knellende grenzen. Investeer in taalonderwijs. Breng het Frans en Duits terug (naast Engels) op de lagere school en laat daarmee zien dat je een echt Europese stad bent. Bovendien: goed taalonderwijs is een vestigingsfactor voor jonge gezinnen. De stad met zich daarnaast focussen op Brussel: het voorstad-idee, snelle verbindingen”.
De universiteit zou een veel belangrijkere rol dan nu moeten spelen als key player. Het is, als geen andere instelling in Maastricht, een ‘Europees symbool’. De opleidingen trekken studenten uit heel Europa aan. Bovendien zijn er samenwerkingsverbanden met tientallen buitenlandse universiteiten, van Leuven tot Florence en van Londen tot Sydney.
Interessante debatten, lezingen en maatschappelijke discussies onttrekken zich veelal aan het gezichtsveld van de Maastrichtenaar, omdat zij niet tot de doelgroep worden gerekend. Maar waarom zou je zulke activiteiten niet openstellen voor geïnteresseerde inwoners van Maastricht? Kennis delen en uitwisselen, ervoor zorgen dat dergelijke relevante thema’s worden verspreid. Pas dan ben je optimaal zichtbaar.
Maastricht is voor mij waarlijk een Europese stad. Het verdient aanbeveling een reclamefolder voor toeristen, zakenmensen én Maastrichtenaren te laten maken van alle vliegvelden in de buurt. Dat wil zeggen: op maximaal anderhalf uur rijden. Dan laat je pas echt zien dat Europa vanuit Maastricht dichterbij is dan ooit.
Vanaf Charleroi/Brussel-Zuid, Zaventem Brussel, Eindhoven, Weeze, Düsseldorf, Keulen-Bonn en Luik vlieg je tegenwoordig overal heen. En vaak nog goedkoop ook. Kom daar in de Randstad maar eens om! Dat Maastricht Aachen Airport in dat kader eigenlijk bar weinig voorstelt met straks Ryanair (naar Girona-Barcelona) als enige prijsvechter, ach, dat maakt Maastricht niet minder Europees. Whatever that means…
zondag, februari 11, 2007
zondag, januari 14, 2007
14 01 07 | Sexy...
Toen Ruud Gullit in 1996 trainer-speler werd bij de in verval geraakte topclub Chelsea uit Londen introduceerde hij ‘sexy football’. Prachtig begrip natuurlijk, nog nooit eerder gehoord, dus voer voor de media. Binnen de kortste keren ging deze tot de verbeelding sprekende uitspraak de wereld over.
Let wel, onder leiding van Gullit was er nog geen bal getrapt. Maar een diep verlangen was aangewakkerd. In het land van kick and rush droomde iedereen plotseling van sexy voetbal, een mooie belofte van de man die groot werd met het flitsende en aantrekkelijk Hollandse combinatievoetbal.
Maastricht, zondag 7 januari. Tijdens een door de PvdA georganiseerd cultuurdebat in café Ipanema toont Theater aan het Vrijthof-directeur Guido Wevers zich zoals altijd een bevlogen spreker. Ik heb die middag in mijn notitieblok als volgt samengevat: tussen Berlijn en Bilbao ligt Maastricht…
Wevers zegt dat Maastricht natuurlijk geen Bilbao is, waar het door architect Frank Gehry ontworpen Guggenheim-museum een toeristische trekpleister van jewelste is. Zoiets is hier nauwelijks mogelijk, en misschien moet je dat ook niet willen. En natuurlijk is Maastricht ook geen Berlijn. Maar het bruisende culturele klimaat van de Duitse hoofdstad kan wel als voorbeeld dienen. Bepaalde elementen zou je in Maastricht met een beetje goede wil kunnen injecteren.
Tussen Berlijn en Bilbao ligt Maastricht… Het is een interpretatie die volgens mij veel zegt over hoe Maastricht zich op cultureel gebied profileert. De discussie die bij tijd en wijle oplaait heeft immer een hoog abstractieniveau. Deze stad weet niet welke richting het op wil. De verworvenheden worden gekoesterd, ruimte voor echte vernieuwing is er niet of nauwelijks.
Cultuur in Maastricht moet sexy worden, zegt Wevers aan het einde van zijn betoog. Hij houdt zijn publiek weer de bekende worst voor: Maastricht moet er alles aan doen om culturele hoofdstad van Europa te worden. Cultuur in Maastricht sexy? Sorry, ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze stad de juiste mentaliteit, dynamiek en creatieve power heeft die nodig is om de grote ommekeer in te luiden. En zelfs dan is er een reuzensprong nodig om van ‘sexy’ te kunnen spreken.
De nieuwsweek die volgt staat in het teken van, jawel, culturele hoofdstad van Europa. Cultuurwethouder Jean Jacobs vertelt mij in een kort gesprek dat Maastricht misschien de ambities maar eens moet verleggen. Wachten op Luik, om in 2012 samen een gooi naar die prestigieuze titel te doen, is niet meer echt realistisch. Daarvoor is de tijd waarschijnlijk te kort. Maastricht kan het in 2018 – als Nederland samen met Malta weer een culturele hoofdstad mag leveren – ook alleen proberen.
Een dag nadat het artikel ‘Culturele hoofdstad zonder Luik’ in Dagblad De Limburger heeft gestaan, schrijf ik een commentaar waarin staat dat de uitgesproken ambitie natuurlijk prachtig is, maar als je de culturele ‘puinhoop’ overziet eerder klinkt als een grap.
In Maastricht wordt nog altijd gepraat over hoe hoog de subsidie van Het Parcours – de opening van het culturele seizoen – moet zijn, het Bonnefantenmuseum slaagt er maar niet in aansprekende publiekvoorstellingen te organiseren en het eigen belang van al die culturele instellingen prevaleert nog altijd boven het algemeen belang. Samenwerken? Ho maar.
Maastricht, 14 januari 2007. De mensen die cultuur in Maastricht sexy moeten maken slaan elkaar op de schouders tijdens de druk bezochte nieuwjaarsreceptie, georganiseerd door Centrum voor contemporaine cultuur Marres, NAi Maastricht, Bonnefantenmuseum, Jan van Eyckacademie en de Academie Beeldenkunsten. Locatie: het gebouw van Marres.
Een aantal gasten, onder wie ikzelf, zijn gevraagd als speeddate-partner. Aan de hand van een stelling kunnen bezoekers met ons in discussie. Leuk idee, maar nieuwe inzichten levert het niet op. Mijn stelling ‘het huidige culturele klimaat in Maastricht is geen goede basis voor de organisatie voor een door velen gekoesterde wens: Maastricht als culturele hoofdstad van Europa’ wordt veelal gedeeld.
Het culturele veld lijkt ingedut bij gebrek aan nieuwe prikkels en een stevige uitdaging. Een van de gesprekspartners, beeldend kunstenaar Maarten van den Berg, maakt me met veel passie duidelijk dat culturele hoofdstad worden zo’n uitdaging is, maar dan moet er wel vaart worden gemaakt. “Zonder een gezamenlijk doel zal die noodzakelijke samenwerking ook niet snel van de grond komen.”
Ik bespeur veel goede wil en je maakt mij niet wijs dat er geen ideeën zijn. PvdA-raadslid Wiel Rousseau vindt dat er snel een werkgroep moet komen die in rap tempo gaat bepalen wat er nodig is voor een Maastrichtse kandidatuur. “De provincie heeft miljoenen toegezegd, die moeten we snel binnenhalen. Haast is geboden.” Binnen een half jaar à een jaar moet duidelijk zijn of Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa wil worden.
En met wie? Luik is nog steeds een optie. Aken ook, maar die stad zit financieel krap bij kas. En een samenwerking met Sittard en Heerlen wordt door cultuurwethouder Jacobs ook nog niet uitgesloten.
Maar in de gangen van het Marres-gebouw hoor ik een aantal mensen denigrerend doen als het gaat over een partnerschap met Heerlen. Er wordt een beetje hooghartig gelachen over de opvatting dat Heerlen hard aan de weg timmert en Maastricht misschien wel voorbij streeft als cultuurstad. Je ziet ze denken: kom nou, Maastricht, dat is toch waar het gebeurt?! Zo’n houding is natuurlijk dodelijk, en maakt van het streven naar vooruitgang een uiterst stroperig proces.
Let wel, onder leiding van Gullit was er nog geen bal getrapt. Maar een diep verlangen was aangewakkerd. In het land van kick and rush droomde iedereen plotseling van sexy voetbal, een mooie belofte van de man die groot werd met het flitsende en aantrekkelijk Hollandse combinatievoetbal.
Maastricht, zondag 7 januari. Tijdens een door de PvdA georganiseerd cultuurdebat in café Ipanema toont Theater aan het Vrijthof-directeur Guido Wevers zich zoals altijd een bevlogen spreker. Ik heb die middag in mijn notitieblok als volgt samengevat: tussen Berlijn en Bilbao ligt Maastricht…
Wevers zegt dat Maastricht natuurlijk geen Bilbao is, waar het door architect Frank Gehry ontworpen Guggenheim-museum een toeristische trekpleister van jewelste is. Zoiets is hier nauwelijks mogelijk, en misschien moet je dat ook niet willen. En natuurlijk is Maastricht ook geen Berlijn. Maar het bruisende culturele klimaat van de Duitse hoofdstad kan wel als voorbeeld dienen. Bepaalde elementen zou je in Maastricht met een beetje goede wil kunnen injecteren.
Tussen Berlijn en Bilbao ligt Maastricht… Het is een interpretatie die volgens mij veel zegt over hoe Maastricht zich op cultureel gebied profileert. De discussie die bij tijd en wijle oplaait heeft immer een hoog abstractieniveau. Deze stad weet niet welke richting het op wil. De verworvenheden worden gekoesterd, ruimte voor echte vernieuwing is er niet of nauwelijks.
Cultuur in Maastricht moet sexy worden, zegt Wevers aan het einde van zijn betoog. Hij houdt zijn publiek weer de bekende worst voor: Maastricht moet er alles aan doen om culturele hoofdstad van Europa te worden. Cultuur in Maastricht sexy? Sorry, ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze stad de juiste mentaliteit, dynamiek en creatieve power heeft die nodig is om de grote ommekeer in te luiden. En zelfs dan is er een reuzensprong nodig om van ‘sexy’ te kunnen spreken.
De nieuwsweek die volgt staat in het teken van, jawel, culturele hoofdstad van Europa. Cultuurwethouder Jean Jacobs vertelt mij in een kort gesprek dat Maastricht misschien de ambities maar eens moet verleggen. Wachten op Luik, om in 2012 samen een gooi naar die prestigieuze titel te doen, is niet meer echt realistisch. Daarvoor is de tijd waarschijnlijk te kort. Maastricht kan het in 2018 – als Nederland samen met Malta weer een culturele hoofdstad mag leveren – ook alleen proberen.
Een dag nadat het artikel ‘Culturele hoofdstad zonder Luik’ in Dagblad De Limburger heeft gestaan, schrijf ik een commentaar waarin staat dat de uitgesproken ambitie natuurlijk prachtig is, maar als je de culturele ‘puinhoop’ overziet eerder klinkt als een grap.
In Maastricht wordt nog altijd gepraat over hoe hoog de subsidie van Het Parcours – de opening van het culturele seizoen – moet zijn, het Bonnefantenmuseum slaagt er maar niet in aansprekende publiekvoorstellingen te organiseren en het eigen belang van al die culturele instellingen prevaleert nog altijd boven het algemeen belang. Samenwerken? Ho maar.
Maastricht, 14 januari 2007. De mensen die cultuur in Maastricht sexy moeten maken slaan elkaar op de schouders tijdens de druk bezochte nieuwjaarsreceptie, georganiseerd door Centrum voor contemporaine cultuur Marres, NAi Maastricht, Bonnefantenmuseum, Jan van Eyckacademie en de Academie Beeldenkunsten. Locatie: het gebouw van Marres.
Een aantal gasten, onder wie ikzelf, zijn gevraagd als speeddate-partner. Aan de hand van een stelling kunnen bezoekers met ons in discussie. Leuk idee, maar nieuwe inzichten levert het niet op. Mijn stelling ‘het huidige culturele klimaat in Maastricht is geen goede basis voor de organisatie voor een door velen gekoesterde wens: Maastricht als culturele hoofdstad van Europa’ wordt veelal gedeeld.
Het culturele veld lijkt ingedut bij gebrek aan nieuwe prikkels en een stevige uitdaging. Een van de gesprekspartners, beeldend kunstenaar Maarten van den Berg, maakt me met veel passie duidelijk dat culturele hoofdstad worden zo’n uitdaging is, maar dan moet er wel vaart worden gemaakt. “Zonder een gezamenlijk doel zal die noodzakelijke samenwerking ook niet snel van de grond komen.”
Ik bespeur veel goede wil en je maakt mij niet wijs dat er geen ideeën zijn. PvdA-raadslid Wiel Rousseau vindt dat er snel een werkgroep moet komen die in rap tempo gaat bepalen wat er nodig is voor een Maastrichtse kandidatuur. “De provincie heeft miljoenen toegezegd, die moeten we snel binnenhalen. Haast is geboden.” Binnen een half jaar à een jaar moet duidelijk zijn of Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa wil worden.
En met wie? Luik is nog steeds een optie. Aken ook, maar die stad zit financieel krap bij kas. En een samenwerking met Sittard en Heerlen wordt door cultuurwethouder Jacobs ook nog niet uitgesloten.
Maar in de gangen van het Marres-gebouw hoor ik een aantal mensen denigrerend doen als het gaat over een partnerschap met Heerlen. Er wordt een beetje hooghartig gelachen over de opvatting dat Heerlen hard aan de weg timmert en Maastricht misschien wel voorbij streeft als cultuurstad. Je ziet ze denken: kom nou, Maastricht, dat is toch waar het gebeurt?! Zo’n houding is natuurlijk dodelijk, en maakt van het streven naar vooruitgang een uiterst stroperig proces.
zondag, december 24, 2006
24 12 06 | (On) bereikbaar
Maastricht, dat gun je jezelf. Het is de slogan van de VVV die inmiddels ver over de houdbaarheidsdatum heen is en dezer dagen op de lachspieren werkt als we het hebben over de bereikbaarheid van de stad.
Ja, het is waar, vanuit Maastricht kunnen we sinds op 10 december de nieuwe dienstregeling van de NS is ingegaan twee keer per uur naar de Randstad (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) met de trein, en vice versa. Dat was één keer per zestig minuten. En ja, de Maastricht-Brusselexpress brengt de reiziger nu twaalf keer per dag naar Brussel, en andersom.
Prachtige reclame voor de stad, zou je denken. Dat is het in principe natuurlijk ook. Maar als het gaat om de bereikbaarheid van de stad wordt er wat afgescholden. Als ik de aanhoudende stroom klachten mag geloven, slaagt Veolia (de opvolger van Hermes) er nog steeds niet in bussen op tijd of via de juiste route te laten rijden. Het personeel heeft behoorlijk last van stress en als je een beetje pech hebt komt de bus helemaal niet…
Hoezo bereikbare stad? Maastricht slipt in sneltreinvaart dicht. Het probleem openbaart zich deze feestmaand in volle hevigheid. Ik zie het vrijwel elke dag vanuit het raam van het Dagblad De Limburger-kantoor aan Het Bat. Het is een vertrouwd beeld: file op de Maasboulevard, tientallen automobilisten willen de Onze Lieve Vrouweparkeergarage in, maar het blauwe verkeersbord geeft ‘vol’ aan. Toch draait niemand om.
Op donderdagavond en koopzondag (deze maand is het élke maand koopzondag) is het werkelijk waanzin. Een vrije parkeerplaats vinden is dan onmogelijk. Een half uur of een uur in de file wachtend voor een garage staan is kennelijk normaal. En het lijkt het wel alsof bezoekers (vraag: hoeveel Maastrichtenaren nemen werkelijk de fiets of het openbaar vervoer naar de stad?) het er allemaal voor over hebben. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij de winkels parkeren.
Mensen - niet alleen inwoners, maar ook toeristen - maken het probleem, maar schuiven dat probleem vervolgens in de schoenen van stad en de stad mag het oplossen. Hoe dat gaat? Verkeerswethouder Wim Hazeu van GroenLinks lanceert een concept parkeernota, die volgend jaar in de raad wordt behandeld, waarin staat dat betaald parkeren wordt uitgebreid: bezoekers betalen voortaan dagelijks ook tussen 18.00 en 21.00 uur en elke zondag tussen 12.00 en 17.00 uur. Juist ja, noem het maar een ontmoedigingsbeleid.
Hij heeft het geweten. Op de redactie werden wij bedolven onder de brieven en boze reacties van lezers. Dat belooft nog wat. Immers, donkere wolken hangen boven Maastricht. Als in 2009 wordt begonnen met de aanleg van de A2-tunnel dreigt een serieus verkeersinfarct. Dat is tenminste de grote vrees van de Maastrichtenaren, kenners beweren het tegendeel. Zij zeggen dat de stad juist béter bereikbaar wordt.
Maar er is uiteraard niemand die dat wil geloven. Het stadsbestuur – Hazeu voorop – kan doen wat het wil. Deze week werd aangekondigd dat parkeerbedrijf Q-Park begin 2007 vier parkeerterreinen aan de rand van de binnenstad gaat uitbreiden en verbeteren. Het gaat om de Cabergerweg, de voormalige fietsenstalling aan de noordkant van het station en de parkeerplaatsen onder de Kennedybrug en de Noorderbrug. Ze krijgen de naam ‘Park + Walk’ en omvatten samen 1500 plaatsen.
Een dagtarief van 4,70 per dag moet in eerste instantie dagjesmensen, toeristen en forensen aantrekken en, zo is de hoop, de druk van de binnenstad afhalen. Of dat lukt? Maastricht heeft voorlopig de schijn tegen. De mannen van de citymarketing liggen daar best wel eens wakker van. Als dit probleem namelijk niet wordt opgelost, heeft het namelijk geen enkele zin mooie praatjes te houden over Maastricht als Bourgondische, Europese of winkelstad. Dan blijft vooral dat imago van ‘onbereikbare stad’ hangen in de hoofden van mensen. Daar kan geen positieve reclamecampagne tegen op.
Ja, het is waar, vanuit Maastricht kunnen we sinds op 10 december de nieuwe dienstregeling van de NS is ingegaan twee keer per uur naar de Randstad (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) met de trein, en vice versa. Dat was één keer per zestig minuten. En ja, de Maastricht-Brusselexpress brengt de reiziger nu twaalf keer per dag naar Brussel, en andersom.
Prachtige reclame voor de stad, zou je denken. Dat is het in principe natuurlijk ook. Maar als het gaat om de bereikbaarheid van de stad wordt er wat afgescholden. Als ik de aanhoudende stroom klachten mag geloven, slaagt Veolia (de opvolger van Hermes) er nog steeds niet in bussen op tijd of via de juiste route te laten rijden. Het personeel heeft behoorlijk last van stress en als je een beetje pech hebt komt de bus helemaal niet…
Hoezo bereikbare stad? Maastricht slipt in sneltreinvaart dicht. Het probleem openbaart zich deze feestmaand in volle hevigheid. Ik zie het vrijwel elke dag vanuit het raam van het Dagblad De Limburger-kantoor aan Het Bat. Het is een vertrouwd beeld: file op de Maasboulevard, tientallen automobilisten willen de Onze Lieve Vrouweparkeergarage in, maar het blauwe verkeersbord geeft ‘vol’ aan. Toch draait niemand om.
Op donderdagavond en koopzondag (deze maand is het élke maand koopzondag) is het werkelijk waanzin. Een vrije parkeerplaats vinden is dan onmogelijk. Een half uur of een uur in de file wachtend voor een garage staan is kennelijk normaal. En het lijkt het wel alsof bezoekers (vraag: hoeveel Maastrichtenaren nemen werkelijk de fiets of het openbaar vervoer naar de stad?) het er allemaal voor over hebben. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij de winkels parkeren.
Mensen - niet alleen inwoners, maar ook toeristen - maken het probleem, maar schuiven dat probleem vervolgens in de schoenen van stad en de stad mag het oplossen. Hoe dat gaat? Verkeerswethouder Wim Hazeu van GroenLinks lanceert een concept parkeernota, die volgend jaar in de raad wordt behandeld, waarin staat dat betaald parkeren wordt uitgebreid: bezoekers betalen voortaan dagelijks ook tussen 18.00 en 21.00 uur en elke zondag tussen 12.00 en 17.00 uur. Juist ja, noem het maar een ontmoedigingsbeleid.
Hij heeft het geweten. Op de redactie werden wij bedolven onder de brieven en boze reacties van lezers. Dat belooft nog wat. Immers, donkere wolken hangen boven Maastricht. Als in 2009 wordt begonnen met de aanleg van de A2-tunnel dreigt een serieus verkeersinfarct. Dat is tenminste de grote vrees van de Maastrichtenaren, kenners beweren het tegendeel. Zij zeggen dat de stad juist béter bereikbaar wordt.
Maar er is uiteraard niemand die dat wil geloven. Het stadsbestuur – Hazeu voorop – kan doen wat het wil. Deze week werd aangekondigd dat parkeerbedrijf Q-Park begin 2007 vier parkeerterreinen aan de rand van de binnenstad gaat uitbreiden en verbeteren. Het gaat om de Cabergerweg, de voormalige fietsenstalling aan de noordkant van het station en de parkeerplaatsen onder de Kennedybrug en de Noorderbrug. Ze krijgen de naam ‘Park + Walk’ en omvatten samen 1500 plaatsen.
Een dagtarief van 4,70 per dag moet in eerste instantie dagjesmensen, toeristen en forensen aantrekken en, zo is de hoop, de druk van de binnenstad afhalen. Of dat lukt? Maastricht heeft voorlopig de schijn tegen. De mannen van de citymarketing liggen daar best wel eens wakker van. Als dit probleem namelijk niet wordt opgelost, heeft het namelijk geen enkele zin mooie praatjes te houden over Maastricht als Bourgondische, Europese of winkelstad. Dan blijft vooral dat imago van ‘onbereikbare stad’ hangen in de hoofden van mensen. Daar kan geen positieve reclamecampagne tegen op.
dinsdag, december 05, 2006
05 12 06 | Mirakel
Het heet ‘onze’ concurrent te zijn. Immers, de gratis stadskrant De Ster doet in Maastricht wekelijks een dappere poging Dagblad De Limburger een stapje voor te zijn. Soms lukt dat, gelukkig meestal niet. Maar ach, een beetje strijd is gezond en de verstandhouding met de redacteuren van De Ster is verder prima.
En zoals gezegd, ze publiceren af en toe best interessante verhalen. Werd deze week aangenaam verrast door een productie onder de noemer ‘Mirakel van Maastricht’. Juist ja, een onderwerp waar dit weblog al een tijdje over bericht. De essentie van het verhaal, opgetekend uit de monden van zogenaamde stedelijke pioniers als oud-burgemeester Philip Houben, ondernemer Camille Oostwegel en Vesteda-directievoorzitter Huub Smeets: nu doorpakken, Maastricht mag geen museum worden.
In de bijlage komt een zevental Maastricht-kenners aan het woord. Ik heb het afgelopen weekend een aantal - in mijn visie - aardige uitspraken onderstreept die in ieder geval aanzetten tot nadenken. Zo zegt Benoit Wesly: “Maastricht moet een tweede theater krijgen met topvoorstellingen.”
Vesteda-directievoorzitter Huub Smeets heeft een andere suggestie, ook het gebied van cultuur. Opmerkelijk, omdat de mensen die het citymarketingplan voor de stad vormgeven vinden dat Maastricht als cultuurstad niet onderscheidend genoeg is waardoor het in de nabije toekomst ook geen prioriteit heeft. “Ik zou willen pleiten voor een accommodatie voor Europese verzamelaars. Dat zou prima kunnen in Belvédère.”
En tot slot, Louis Prompers, directeur van het A2-projectbureau. “Ik denk dat Maastricht nog kan groeien met 10.000 inwoners en 10.000 arbeiders, dan is het op. Maastricht heeft als woonstad nog enorme kansen.”
En zoals gezegd, ze publiceren af en toe best interessante verhalen. Werd deze week aangenaam verrast door een productie onder de noemer ‘Mirakel van Maastricht’. Juist ja, een onderwerp waar dit weblog al een tijdje over bericht. De essentie van het verhaal, opgetekend uit de monden van zogenaamde stedelijke pioniers als oud-burgemeester Philip Houben, ondernemer Camille Oostwegel en Vesteda-directievoorzitter Huub Smeets: nu doorpakken, Maastricht mag geen museum worden.
In de bijlage komt een zevental Maastricht-kenners aan het woord. Ik heb het afgelopen weekend een aantal - in mijn visie - aardige uitspraken onderstreept die in ieder geval aanzetten tot nadenken. Zo zegt Benoit Wesly: “Maastricht moet een tweede theater krijgen met topvoorstellingen.”
Vesteda-directievoorzitter Huub Smeets heeft een andere suggestie, ook het gebied van cultuur. Opmerkelijk, omdat de mensen die het citymarketingplan voor de stad vormgeven vinden dat Maastricht als cultuurstad niet onderscheidend genoeg is waardoor het in de nabije toekomst ook geen prioriteit heeft. “Ik zou willen pleiten voor een accommodatie voor Europese verzamelaars. Dat zou prima kunnen in Belvédère.”
En tot slot, Louis Prompers, directeur van het A2-projectbureau. “Ik denk dat Maastricht nog kan groeien met 10.000 inwoners en 10.000 arbeiders, dan is het op. Maastricht heeft als woonstad nog enorme kansen.”
maandag, november 20, 2006
20 11 06 | Stiefkindje
De Griend is een hopeloos stukje Maastricht. Een stiefkindje. Het ligt ingesloten tussen Maas, Wilhelminabrug en Franciscus Romanusweg. De Platte Zaol – tegenwoordig Maastricht Music Hall gedoopt – wil maar niet bruisen, de aangelegde groenstrook boven de parkeergarage is de naam ‘park’ niet waardig en de beloofde skatebaan voor de jeugd laat op zich wachten.
De Griend is sfeerloos, inspiratieloos, karakterloos. De Luikse architecten Stéphane Caprasse en Jean-Christophe Culot reisden op een zondagmiddag af naar Maastricht. Om drie uur ’s middags maakten ze een wandeling over De Griend. Het was prachtig weer, maar ze kwamen – letterlijk – geen hond tegen. Woningstichting Servatius vroeg het duo, samen met drie andere talentvolle, veelal jonge architecten, mee te doen aan de prijsvraag Mosae Ponte: het ontwikkelen van vernieuwende ideeën voor de invulling van de open plekken aan de oostzijde van de brug, het gebied rondom de Griend en de Ridderbrouwerij. De oorspronkelijke plannen, daterend van december 2004, dreigden immers in vergetelheid te raken. Een vakjury met, onder andere Servatius-directeur Leks Verzijlbergh en beeldend kunstenaar Caius Spronken, maakte vanavond tijdens het zeer druk bezochte TOPOS-architectuurcafé in Ipanema de winnaar bekend.
Caprasse en Culot wonnen niet, al vond de jury hun stedenbouwkundig ontwerp ‘top’. Zij kozen ervoor, net als de andere ‘verliezers’ Peter Vandenboorn en Raymond Haenen van Huiswerk architecten uit Maastricht en Paul van Well uit Amsterdam, De Griend te bebouwen. In de visie van Huiswerk architecten moet het gebied een dynamische en vooral culturele uitstraling krijgen. Het wordt als het ware een tegenhanger van het ‘sjieke Céramique’. Zij hebben hun plan de naam Mosae Porte meegegeven, de poort naar Mosae Ponte (Wilhelminabrug) en Mosae Forum, het nieuwe winkelcentrum in aanbouw. Winkels, ateliers, cafés en lofts worden ondergebracht in één gebouw dat de vorm heeft van een boekenkast.
Winnaar van de prijsvraag, Michiel Ritzen uit Maastricht, koos er als enige niet voor de Griend vol te bouwen. Hij maakte een nieuw plan in directe relatie tot die op te knappen Wilhelminabrug. Aan de kop komt een, zoals Ritzen het zelf omschrijft, trapgebouw. Dat begint aan de zijde van De Griend, wordt onderbroken door de brug, en gaat aan de andere kant in stadsdeel Wyck in ‘trapjes’ verder, de hoogte in. Het is de bedoeling dat je er over heen kunt lopen, een uitzichtpunt, voor iedereen toegankelijk. Het complex herbergt kleine appartementen, winkels en horeca.
De Griend wordt een ecologisch verantwoorde speelplek. Het krijgt een zwemvoorziening met water dat op een natuurlijke manier wordt gezuiverd, à la soortgelijke initiatieven in Kopenhagen en Barcelona. Verder is er ruimte voor een skatezone en een basketbalveld.
Aan de andere kant, ter hoogte van de ingang van de parkeergarage, wil Ritzen een tweede (poort) gebouw neerzetten. Met het oog op – en dat is verrassend maar misschien ook wel weer logisch als je er langer over nadenkt – een brugverbinding tussen Griend en het Bassin aan de andere kant van de Maas. In zijn filosofie zijn deze gebieden in de toekomst wél uitgegroeid tot twee druk bezochte plekken en is er dus behoefte aan een snelle verbinding tussen beiden.
Als het aan Servatius ligt, mag Ritzen zijn plan voor een groot deel uitvoeren. Maar in het ‘masterplan Griend’ dat de woningstichting aan de gemeente Maastricht gaat aanbieden, worden een aantal aansprekende elementen van de andere architecten ook overgenomen. Wanneer we dan met z’n allen van De Griend nieuwe stijl kunnen genieten? Dat blijft – zeker in Maastricht – natuurlijk de grote vraag.
De Griend is sfeerloos, inspiratieloos, karakterloos. De Luikse architecten Stéphane Caprasse en Jean-Christophe Culot reisden op een zondagmiddag af naar Maastricht. Om drie uur ’s middags maakten ze een wandeling over De Griend. Het was prachtig weer, maar ze kwamen – letterlijk – geen hond tegen. Woningstichting Servatius vroeg het duo, samen met drie andere talentvolle, veelal jonge architecten, mee te doen aan de prijsvraag Mosae Ponte: het ontwikkelen van vernieuwende ideeën voor de invulling van de open plekken aan de oostzijde van de brug, het gebied rondom de Griend en de Ridderbrouwerij. De oorspronkelijke plannen, daterend van december 2004, dreigden immers in vergetelheid te raken. Een vakjury met, onder andere Servatius-directeur Leks Verzijlbergh en beeldend kunstenaar Caius Spronken, maakte vanavond tijdens het zeer druk bezochte TOPOS-architectuurcafé in Ipanema de winnaar bekend.
Caprasse en Culot wonnen niet, al vond de jury hun stedenbouwkundig ontwerp ‘top’. Zij kozen ervoor, net als de andere ‘verliezers’ Peter Vandenboorn en Raymond Haenen van Huiswerk architecten uit Maastricht en Paul van Well uit Amsterdam, De Griend te bebouwen. In de visie van Huiswerk architecten moet het gebied een dynamische en vooral culturele uitstraling krijgen. Het wordt als het ware een tegenhanger van het ‘sjieke Céramique’. Zij hebben hun plan de naam Mosae Porte meegegeven, de poort naar Mosae Ponte (Wilhelminabrug) en Mosae Forum, het nieuwe winkelcentrum in aanbouw. Winkels, ateliers, cafés en lofts worden ondergebracht in één gebouw dat de vorm heeft van een boekenkast.
Winnaar van de prijsvraag, Michiel Ritzen uit Maastricht, koos er als enige niet voor de Griend vol te bouwen. Hij maakte een nieuw plan in directe relatie tot die op te knappen Wilhelminabrug. Aan de kop komt een, zoals Ritzen het zelf omschrijft, trapgebouw. Dat begint aan de zijde van De Griend, wordt onderbroken door de brug, en gaat aan de andere kant in stadsdeel Wyck in ‘trapjes’ verder, de hoogte in. Het is de bedoeling dat je er over heen kunt lopen, een uitzichtpunt, voor iedereen toegankelijk. Het complex herbergt kleine appartementen, winkels en horeca.
De Griend wordt een ecologisch verantwoorde speelplek. Het krijgt een zwemvoorziening met water dat op een natuurlijke manier wordt gezuiverd, à la soortgelijke initiatieven in Kopenhagen en Barcelona. Verder is er ruimte voor een skatezone en een basketbalveld.
Aan de andere kant, ter hoogte van de ingang van de parkeergarage, wil Ritzen een tweede (poort) gebouw neerzetten. Met het oog op – en dat is verrassend maar misschien ook wel weer logisch als je er langer over nadenkt – een brugverbinding tussen Griend en het Bassin aan de andere kant van de Maas. In zijn filosofie zijn deze gebieden in de toekomst wél uitgegroeid tot twee druk bezochte plekken en is er dus behoefte aan een snelle verbinding tussen beiden.
Als het aan Servatius ligt, mag Ritzen zijn plan voor een groot deel uitvoeren. Maar in het ‘masterplan Griend’ dat de woningstichting aan de gemeente Maastricht gaat aanbieden, worden een aantal aansprekende elementen van de andere architecten ook overgenomen. Wanneer we dan met z’n allen van De Griend nieuwe stijl kunnen genieten? Dat blijft – zeker in Maastricht – natuurlijk de grote vraag.